
Hoe om te gaan met koude plekken bij het glazenuitharden
Is het je ooit overkomen dat een stuk glas gewoon kapotging? Je deed alles goed, maar toch brak de fles of het speciaal vervaardigde voorwerp tijdens het uithardingsproces. Dat is frustrerend. Meestal gebeurt dit doordat het glas niet gelijkmatig afkoelt, waardoor er interne spanningen ontstaan die uiteindelijk het materiaal beschadigen.
De oorzaak is vaak ‘dode zones’. Als je een standaard convectieoven gebruikt, moet de hete lucht het glas rechtstreeks raken om te werken. Maar bij complexe vormen belemmert de geometrie van het voorwerp de luchtcirculatie. Hierdoor ontstaan koude plekken op plekken waar de lucht niet kan komen.
Hier komen IR-lampen om de hoek kijken.
In plaats van lucht te gebruiken, maken we gebruik van kortegolfig infraroodlicht. Denk er maar aan hoe zonlicht je huid verwarmt: er is geen bries nodig om het warm te hebben. IR-licht reist in een rechte lijn en dringt recht door het glas heen. Door meerdere lampen op verschillende plekken te plaatsen, kunnen we de hitte precies naar die verborgen plekken dirigeren. Hierdoor blijft het hele voorwerp boven zijn grens van spanning, ongeacht de vorm ervan.
Je kunt echter niet zomaar elke lamp gebruiken. We gebruiken meestal kwarts-halogeenlampen. Kwarts is ideaal omdat het niet vervormt onder extreme hitte. Bovendien zorgt het halogeenproces ervoor dat de filamenten niet te snel uitbranden.
Maar hier komt het lastige gedeelte: je moet de vermogenssterkte aanpassen aan het gewicht van het glas. Als je te veel vermogen gebruikt, wordt het te heet – wat misschien goed klinkt – maar dan ontstaan er ‘heiße plekken’. Als één gebied te heet wordt terwijl een ander gebied nog koel is, creëer je precies dezelfde spanningen als eerst. Het is dus een kwestie van balans vinden.
De werkelijkheid
IR-verwarming is snel en nauwkeurig. Maar het is geen magie. Omdat het licht in een rechte lijn gaat, moet de positie van de lampen perfect zijn. Als een lamp slechts een paar graden verkeerd staat, ontstaan er weer koude plekken.
Dan is er nog de kwestie van de stroomverbruik. Als je veel lampen met hoge vermogens in één oven plaatst, zal je elektrische installatie dit niet aankunnen. Je moet ervoor zorgen dat je bedrading het vermogen aankan, anders gaan de schakelaars al snel uit. En vergeet vooral niet om de oven goed te isoleren. Niemand wil immers dat de buitenkant van de oven zo heet is dat het de hand van de gebruiker brandt.